AWARDWINNAARS
2025/2026
AWARDWINNAARS 2025/2026
Muziek
Julian Tjon Sack Kie
Voorgedragen door
Jorrit Tamminga
Conservatorium van Amsterdam
Jorrit Tamminga:
Muziek werd in zijn ouderlijk huis niet
per se gestimuleerd, maar zijn twee oudere broers haren wel altijd bezig met muziek. Op zijn 14e begon Julian voor het eerst op gitaar te oefenen, en
maakte hij eigen liedjes. Was het aanvankelijk reggae dat hem trok, al spoedig werd dat jazz en Braziliaanse muziek. Toen wist hij: ik wil beroepsmuzikant worden.
Julian Tjon Sack Kie (1996)
Inspiratie om muziek te maken kwam van zijn twee oudere broers. Julians Surinaamse ouders kwamen naar Nederland om hun kinderen een betere toekomst te geven. Zij werkten keihard, waren zelf niet per se muzikaal of kunstzinnig, maar Julians broers waren wel altijd wel bezig met muziek, wat Julian inspireerde om gitaar te spelen. Op zijn 14e kreeg hij door dagelijks te oefenen het instrument onder de knie en begon liedjes te maken. Was het aanvankelijk reggae dat hem trok, al spoedig werd dat jazz en Braziliaanse muziek. En droomde hij ervan beroepsmuzikant te worden.
Voor de jazz opleiding aan het conservatorium was een havo-diploma nodig, maar zijn moeder vond een opleiding boekhouden financieel verstandiger. Met frisse tegenzin ging Julian die richting op, maar bleef dromen van het “nog onbereikbare” conservatorium. Hij startte daarom eerst met Muziek en Technologie aan de HKU. Daar doorliep hij de volledige muziektheorie, maar ook muziektechnologie, zoals studiowerk en coderen. In de periode voor zijn studie zette Julian zijn gitaar weg om elektronische muziek te creëren. Tijdens zijn studie is de liefde voor compositie voor akoestische instrumenten teruggekomen. Waarna hij vervolgens zijn studie klassieke compositie op het conservatorium vervolgde.
Zijn roots zijn een belangrijke inspiratiebron. "Surinaamse muziek hoorde ik altijd in mijn omgeving, maar ik haal mijn creatieve ideeën vooral uit de Surinaamse cultuur en dan met name de spirituele kant daarvan. Dankbaarheid naar de voorouders: daar komt het verhaal vandaan dat ik wil vertellen. Ik maak deel uit van de Afro-Surinaamse diaspora, onze Afrikaanse afkomst en herinneringen zijn verloren geraakt. Het bespelen van de Kora (West-Afrikaanssnaarinstrument) heeft me uitgenodigd meer te weten te komen van die roots. Niet alleen de muziek maar ook de verhalen. Kora spelen is een weg om mezelf meer te herinneren.
Hoe ik een compositie maak hangt af van de context: is het voor klassieke muziek (een groot ensemble of kamermuziek), of is het voor een kora recital, film- of jazzmuziek. Vaak begin ik met tekenen, visualiseer ik de kleuren die ik wil creëren. Vervolgens maak ik dat intuïtieve proces helder en zet ik het om in muzikale gebaren; dan werk ik het uit in echt realistische kleuren en kies ik de instrumenten, vervolgens breng ik de schets samen in notenschrift.
Voor de kora-muziek loopt dat proces anders, daar gaan het om het herhalen van een motief dat ik steeds verder ontwikkel.
Na mijn studie wil ik graag de uitdaging aangaan om kora, klassiek en jazz samen te laten smelten tot een nieuw geheel, nu zijn dat nog aparte trajecten.
Mijn lievelingsinstrumenten zijn kora en contrabas, maar met een contrabas kan ik mezelf - naast compositie - het beste uiten. Je kunt haar zowel met vingers als strijkstok bespelen, de contrabas heeft geen fretten, is niet gekaderd in een toonsysteem en biedt daarom veel mogelijkheden om westerse en niet-westerse muziek te spelen (jazz, Indiaas, West-Afrikaans en westers). De kora is iets gelimiteerder.
Ik wil graag drager zijn, het fundament leggen in een combo. Contrabas past daarom goed bij mij: altijd aanwezig maar een beetje op de achtergrond. In Sons of Jumira, een jazzcombo van drie muzikanten, kan ik die rol uitleven hoewel ik ook daar soms de kora bespeel.
Met de YAA-award wil ik graag mijn reis naar Brazilië (Bahia) bekostigen. Ik wil weten hoe het zou zijn om te componeren in een andere omgeving dan Nederland. Ik ben er eerder geweest, voelde er me thuis, het
Moving Image
Desmond Maycare
Voorgedragen door
Anja Masling
Gerrit Rietveld Academie
Desmond Maycare
Afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie, VAV - moving image.
Acht jaar geleden was ik voor het eerst in Japan. De mentaliteit daar spreekt mij heel erg aan. Mensen zijn minder individualistisch dan hier, ik ervaar meer verbondenheid. Er heerst ook een bepaalde rust in de chaos. In Amsterdam, kan drukte op een andere, meer aanwezige manier overweldigend zijn. Op een bepaalde manier is er minder afstand tussen mensen dan hier in Amsterdam. Daarom probeer ik daar een paar maanden per jaar te zijn. Ik hou van contrast. Oudere meer rauwe buurten in Tokyo zijn voor mij ook interessant qua fotografie en film.
Mijn praktijk als kunstenaar komt voort uit het gevoel van disconnectie. Dit komt voort uit mijn ervaring met non-conformiteit en Crip-identiteit. Dit is echter vooral een startpunt, waarbij ik uiteindelijk meer op de publieke sfeer richt, in plaats van het persoonlijke element. Een bepaalde disconnectie tussen lichaam en geest is in mijn ogen niet alleen mijn persoonlijke ervaring, maar veel voorkomend in onze westerse samenleving. Dit verschijnsel heb ik verder uitgediept naar thema’s als afzondering, paranoia, individualisme en mannelijkheid/kwetsbaarheid. Dit is in mijn ogen allemaal verbonden met elkaar. Ik werk vooral met fotografie en film, maar ik heb in het verleden ook geschilderd en met keramiek gewerkt.
Ik heb vroeger veel getekend, en was op jonge leeftijd al geïnteresseerd in muziek, videoclips, film en mode. Mijn vader gaf mij altijd cd’s en mijn moeder gaf mij tekenspullen. Mijn moeder schilderde zelf ook. Ik heb voordat ik naar de Rietveld Academie ging rechten gestudeerd en tijdens deze periode weinig creatiefs gedaan, totdat ik dit weer oppakte in 2019.
In 2019 ben ik aangereden in San Francisco, waarbij ik mijn been brak en tijdens het revalideren geconfronteerd werd met een zeldzame fysieke aandoening, waar ik als kind voor ben onderzocht. Mijn bovenbenen werken door deze aandoening niet 100%. Voor het ongeluk stond ik er minder bij stil. De aandoening is niet altijd zichtbaar. Ik kan hierdoor een bepaalde disconnectie van de maatschappij ervaren. Het mentale aspect is vaak onderbelicht ten opzichte van het fysieke aspect. Na dit ongeluk en tijdens het revalideren ben ik weer gaan tekenen en schilderen en volgde uiteindelijk een opleiding graphic design, waar ik besloot dat ik aan de Rietveld Academie wilde studeren.
Ik zie een belangrijke ontwikkeling in mijn proces/carrière, dankzij mijn scriptie over aanwezigheid en afwezigheid en hoe minimalisme soms juist meer impact maakt. Minder tonen, maar meer zien. Ik speel met de verbeelding van de kijker door in de compositie elementen weg te laten door middel van belichting of een specifieke camera angle. Ik wil niet dat alles duidelijk is voor de kijker, zodat de kijker mogelijk langer nadenkt over het werk, door hun eigen perceptie.
Ook speel ik met surrealistische elementen, om een kritische blik te stimuleren, waardoor onze realiteit als absurd kan worden ervaren.
Mijn afstudeerproject/filmproject, The Middle, is gerelateerd aan de filosofie van Maurice Merleau-Ponty. Een deel van zijn filosofie omvat het idee dat ons lichaam niet alleen een fysiek object is, maar een belangrijk onderdeel van onze ervaring van het leven. The Middle representeert een alternatieve dimensie, een kritische blik op onze realiteit. De film was te zien tijdens een screening in het Eye film museum en als installatie tijdens de afstudeershow van de Gerrit Rietveld Academie. Ik wil de film graag nog exposeren als onderdeel van een expo. Ik toonde naast de film ook fotografie projecten. In de toekomst zou ik naast disconnectie ook willen werken met connectie. Ik verwacht daar in 2026 mee te starten.
De YAA-Award hoop ik te gebruiken voor een van mijn nieuwe film of foto projecten.
Nina van Tongeren (1999)
In mijn milieu gingen we niet echt naar theater. Toen ik negen jaar werd, mocht ik voor het eerst voor mijn verjaardag er heen, met één vriendinnetje; ik werd helemaal verliefd op toneel. Pas toen ik bij de Toneelmakerij ging werken kwam ik achter de titel van dat stuk; het bleek Battle, de eerste voorstelling van de Toneelmakeerij. Mooi toeval, he?
Het ging over een meisje dat niet wist dat ze in de baarmoeder een tweelingbroertje had gehad. Ze had haar hele leven het gevoel dat ze iets miste. In een soort reis door parallelle werelden kwam ze daar achter.
Mijn hang naar jeugdtheater komt wellicht hier vandaan. Dat je ook met humor en lichtheid naar de zwaardere kanten van het leven kunt kijken. Kunst heeft voor mij de functie om taboes een vorm te geven opdat we er over kunnen praten.
Ik hield altijd heel erg van taal. Ik merkte al vroeg dat je met taal ook een soort schild om jezelf heen kuntbouwen. Dat je vorm kunt geven aan dingen die misschien zinloos lijken. Als je er dan een verhaal van maakt, wordt het iets met een betekenis.
Ik ging rond mijn twaalfde acteren op de Jeugdtheaterschool, maar op het podium staan vond ik verschrikkelijk. Ik was echter heel goed met tekst. Een oudere deelnemer ging naar de HKU voor de opleiding Writing Performance; toen besefte ik pas dat toneelschrijven een beroep was waarmee je geld kon verdienen. Dat was een enorme stimulans.
Als kind was ik eenzaam. Ik dook in literatuur en boeken, taal deed me voelen dat er andere gedachten waren dan die van mij. Dat de wereld groter was dan mijn kamertje.
Taal was mijn eerste vriend. Die had ik nodig om het ‘oncommuniceerbare' te begrijpen.
Thema’s als klassenverschillen, ongelijkheid, diversiteit zijn belangrijk voor me.
Ik wil graag een verhaal te vertellen dat nog niet is verteld of nog niet op de juiste manier of nog niet genoeg. En ik denk dat sociale klasse een beetje het laatste vergeten kindje van diversiteit is. De kunstsector is per definitie ontoegankelijk voor mensen uit een lagere sociale klasse. Dat heb ik zelf ook ondervonden. Ik maak ook graag werk over mentale gezondheid. Dat wordt vaak beleefd als een individueel probleem vol schaamte.
Bij Bellevue maak ik nu een voorstelling (Teckel) over seksueel kindermisbruik. Dat is een thema dat we meestal te erg en te ongemakkelijk vinden. Terwijl de enige oplossing om dat soort vreselijke dingen minder lang te laten duren en minder individueel pijnlijk te laten zijn, is om er als maatschappij heel veel en heel eerlijk over te praten.
Meer mensen zouden zich thuis moeten voelen in het theater, niet alleen de kunstminnende elite. Als het gaat over casting en zo, zijn er al wel veel stappen gemaakt, er spelen meer acteurs van kleur. Maar het gaat ook om verhalen horen die voelen als jouw verhalen. Op dat vlak ben ik heel erg bezig met: wie spreek ik aan? Wie herkent zich in dat verhaal? Wie ziet iets in dat verhaal dat hij misschien nog nooit gezien heeft?
Ik kom uit een buurt waar straattaal werd gesproken, in ons huishouden leerde ik ook Frans. Op hetgymnasium werd weer veel sjieker gepraat. Dus ik denk dat ik in die zin veel taalregisters hebmeegekregen. Er zitten nog vrij veel verhalen in mijn lichaam die ik wil vertellen. Maar ik denk ook dat het heel waardevol is om meerdere perspectieven mee te nemen. Dus zeker als ik jeugdtheater maak, praat ikmet jongeren en kinderen omdat ik zelf geen kind meer ben.
De groep tussen tien en twaalf vind ik interessant. Omdat zij eigenlijk in een soort gekke tussenfase zitten waarbij ze nog wel echt kind zijn, maar in de richting van de middelbare schoolleeftijd gaan. Er komt meer zelfbewustzijn. Ze vragen zich af: ben ik wel normaal, ben ik wel oké? Ze ontwikkelen schaamtegevoel en het besef dat de thuissituatie misschien anders is dan bij anderen.
Ik hoop met mijn eerste voorstelling voor volwassenen, Teckel, twee thema’s aan te snijden. Hoe kun je verder gaan als je als kind seksueel misbruikt bent. En ik wil het publiek aansporen om van wegkijkers in aankijkers te veranderen. De rol van de omstander bij seksueel kindermisbruik is diep bepalend, omdat je als kind eigenlijk niet voor jezelf kan opkomen. Andere mensen moeten dat actief doen. Omdat het ontzettend vaak gebeurt wil ik dat we gaan snappen dat iedereen hier een rol in heeft. Opdat we kindermisbruik samen gaan dragen, zodat het niet een individueel probleem wordt waarbij je eigenlijk niks kan doen.
Ik zou het heel tof vinden om met de YAA-award een soort residentie-achtig iets voor mezelf te creëren omeven ergens anders te gaan schrijven. Door zo veel dramaturgie te doen heb ik niet veel lege schrijfruimte.
Ik wil heel graag ook voor de jeugd blijven schrijven. Ook omdat kinderen in mijn optiek een ontzettend gemarginaliseerde groep zijn. Ze zitten in een levensfase waarin alles wat er gebeurt een enorme impact heeft. Maar ze mogen geen keuzes maken over zichzelf. Ze zijn overgeleverd aan de volwassenen om zichheen.
Mixed media kunst en film
Darya Andijan
Voorgedragen door
Nduka Mntambo
hoofd van de Master ‘Artistic Research
in and through Cinema
Nederlandse Filmacademie
Https:/daryaandijan.com
Darya Andijan
Tijdens haar masteropleiding aan de Nederlandse Filmacademie verdiepte ze zich in film, installaties en expanded cinema.
Ik ben geboren in in Xinjiang, een regio in het noordwesten van China waar veel Oeigoeren wonen.(Oeigoeren zijn Turks, het Oeigoers behoort tot de Turkse talen.)
Niemand in mijn familie deed aan kunst. Al heel jong moedigden mijn leraren me aan verhalen te vertellen omdat ik goed Mandarijn sprak, de officiële taal van China. Naast storyteller droomde ik ervan TV-presentator te worden of journalist, maar ik besefte al op 15-jarige leeftijd dat het nieuws politieke propaganda was en dat nieuwsgaring gelijk stond met leugens vertellen. Daarom leek film maken me beter.
Mijn eerste film was een soort documentaire. Ik wilde iets doen voor mijn familie, mijn stad, laten zien hoe het leven er uit zag. Maar ik besefte al gauw dat het niet genoeg is om informatie te verschaffen, ik moest het publiek ook laten zien wat mijn standpunt is. Ik wil ook een gevoel overbrengen dat resoneert, in plaats van alleen maar informatie te geven. In China deed ik dat ondergronds, soms draaide ik in het buitenland. Op de filmschool verborg ik altijd wat ik maakte. Sinds 2017 is de repressie in mijn moederstad groot, dezogenaamde heropvoedingskampen werd nieuw beleid. Sindsdien zijn er veel mensen opgesloten zonder enige vorm van proces, zoals mijn grootmoeder. Mijn ouders waren altijd zeer bezorgd om wat ik deed. Mijn moeder verstopte eens tijdens een autorit mijn camera en harde schijf in een doos met fruit en eten. Bij een politie controle voelden de agenten niet diep genoeg, maar de angst zat er goed in.
Toen ik in 2023 mijn MA startte aan de filmacademie in Amsterdam was mijn onderzoeksvoorstel om mijn moeders taal opnieuw te leren, ik voelde me ontheemd en vervreemd hiervan. Het voorstel transformeerde tot: wat blijft er over als moeders ons iets willen vertellen zonder taal en tong te gebruiken. Het antwoord zocht ik in tapijten. Door te vertellen over de kunst van het weven kon ik die onderdrukte cultuur van Oeigoerse vrouwen ontsluiten. Ik onderzocht mythen, poëzie en familiegeschiedenis om de koloniale uitwissing aan de kaak te stellen, maakte er nieuwe verhalen van. Ook hielp het soefisme me om dit onderzoek te doen. Deze spirituele stroming binnen de islam bevat veel voorouderkennis. Ik maakte ook gebruik van een Oeigoerse verteltraditie waarin het publiek zichzelf in het verhaal inschrijft om een uitgebreide, gedeelde geschiedenis te creëren. 'Do You Know That I’m With You’ werd zo een korte docu-fictie die ik graag verder wil ontwikkelen.
Centraal bij dit alles staat Gülem, een mystieke figuur uit de mondelinge geschiedenis van de Oeigoeren diewordt geassocieerd met het weven van tapijten. Haar afkomst is onzeker, haar rol is in de loop van de tijd vergeten en opnieuw uitgevonden. In mijn onderzoek staat ze symbool voor de tot zwijgen gebrachte vrouwelijke maker. Ik zet haar in om herinnering, ontheemding en verzet te verbeelden.
Ik ben niet alleen maar met het verleden bezig, het is geen kwestie van worstelen met een dekolonisatie proces. Wij Oeigoeren zitten helaas nog midden in het kolonisatietijdperk. Mijn uitweg is in het verleden te graven, een pauze te nemen in het heden waarin geen ruimte is om je een toekomst te verbeelden. Door Gülems uitgewiste verhalen te herschrijven, wil ik niet alleen culturele vergetelheid tegengaan, kennis over een periode waarin mensen met verschillende religies en achtergronden vreedzaam samenleefden, maar ook een mogelijke toekomst verzinnen en voorspiegelen, met nieuwe vormen van verzet.
Sinds 2023 heb ik om politieke redenen een nieuwe identiteit aangenomen opdat mijn familie zich minder zorgen hoeft te maken. Daarom wil ik ook niet openlijk op de foto.
De YAA-award betekent veel voor me. Ik krijg erkenning voor mijn project en het geeft me het gevoel dat ik enigszins wortel in Amsterdam. Ik wil hier voorlopig blijven, de omgeving van experimentele cinema is zeer inspirerend.
Do You Know That I’m With You is een project dat onderzoekt hoe politieke uitwissing de vrouwengeschiedenis in de Oeigoerse regio van China heeft vernietigd.
https://daryaandijan.com/do-you-know-that-i%E2%80%99m-with-you“Astrid Ardagh creëert experimentele verhalen die sociale codes en milieuverschijnselen onderzoeken. Haar werk combineert een poëtische beeldtaal met thema's over natuur en onze plaats in de maatschappij. Ze heeft een unieke artistieke stijl die het publiek weet te boeien.
Choreograaf, performer
Jana Jacuka
Voorgedragen door
Suzy Blok
Dans Platform i.o
Jana Jacuka (1995, Letland)
Jana Jacuka werkt vaak solo, als performer. In haar werken zijn lichaam, stem, tekst en ruimte haar uitgangspunten. Ze onderzoekt extreme vocale technieken en de fysieke aspecten daarvan: ze gromt, fryscreamt, spreekt terwijl ze inademt en braakt geluiden uit haar lichaam. Haar recente werk HA getuigt daarvan. De setting is sober: zij, het publiek, en het geluid HA.
Jana: “Als kind deed ik aan aerobics. Ik wist al vroeg dat ik choreograaf of danser wilde worden. Tijdens mijn bachelor aan de Letse Kunst Academie werd dat helemaal duidelijk.
Ik voel mezelf het meest comfortabel als ik solo perform, op een podium. Choreografie van acteurs, dansers of operazangers doe ik ook.
Ik hou van het alledaagse – onopgemerkte gebaren, de vragen die pas opkomen als we echt stilstaan om te observeren. Daarom hou ik van performances. De focus die ze brengen, die ons ruimte en tijd geven om iets te ervaren wat ons wordt aangeboden. Ik ben er niet in geïnteresseerd om een boodschap over te brengen, duidelijkheid is niet mijn doel, het gaat me om de uitwisseling met het publiek. Hoe resoneren mijn gebaren.
In mijn recente werk (HA ) begon ik voor het eerst mijn stem te gebruiken. Ik ben niet echt aan het dansen op het podium, mijn lichaam is echter erg aanwezig; ik gebruik mijn stem in de choreografie, alsof het een extra hand of been is. In de ruimte waar ik perform probeer ik ook te luisteren naar waar het geluid heen beweegt, hoe het van de muren ketst.
Toen ik drie jaar geleden naar Amsterdam ging, deed ik mee met een workshop van Stina Fors. Zij is choreograaf, performer, drummer en zangeres. Haar liefde voor muziek en stem zet ze om in grappige solo-performances, doorspekt met experimentele stemtechnieken. Denk aan grommen, buikspreken, tongoefeningen, dinosaurusgeluiden. Ik ontmoette daar allerlei vocalisten, meestal vrouwen, die in hun praktijk met stem werkten en vaak een choreografie-achtergrond hadden.
In de workshop leerde je je eigen geluiden te vinden. Je hoefde geen professionele zanger te zijn, alleen nieuwsgierig. Ik was nieuwsgierig naar lachen als materiaal. Lachen is iets wat we constant doen, het is een geluid.
Ik deed hiernaar onderzoek tijdens het DAS Theater Masters programma. In deze twee jaar besefte ik ook vrij snel dat het me niet om de lach, de emotie, gaat maar om de relatie tussen het geluid en het lichaam.
In HA heb ik vooral gewerkt met de letters H en A. Maar in mijn volgende werk ben ik heel benieuwd om het fysieke, vocale en politieke potentieel van elke letter in het alfabet na te gaan. Wat doen we met de lucht en ons ademen. Hoe loopt het traject van lucht, via stembanden en tong naar teken.
Op betrekkelijk korte termijn wil ik HA internationaal performen. Daar gebruik ik de YAA-award graag voor.
Of lachen in andere culturen meer of minder hetzelfde lichaamswerk vergt, weet ik niet. Het gaat me om het geluid HA, niet de emotie. In mijn performance noem ik wel situaties waarin ik gelachen heb omdat er iets grappigs gebeurde, of juist iets erg ongemakkelijks.
Ik hoop dat er een verbinding met het publiek ontstaat tijdens de performance. In deze verbinding bouw ik een accumulatie van spanning op, tot die zelfs explodeert. Ik hoop die spanning samen te voelen. Ik denk dat geluid kinesthetisch het publiek kan laten bewegen.”
Suzy Blok heeft Jana Jacuka voorgedragen voor de YAA-award
Suzy Blok heeft als directeur van Dansmakers Amsterdam, een productiehuis voor jonge talentvolle choreografen, vele jaren kunstenaars begeleid. Later heeft zij dit ook gedaan als hoofd van ICK Artist Space.
Vanaf eind 2024 is zij bezig met het ontwikkelen van een nieuw platform voor en met jonge dans- en performancemakers dat vanuit collectiviteit het dansveld versterkt. Met steun van het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst) werkt zij als mentor met een groep kunstenaars vanuit The Artists Circle Amsterdam (TACA)aan een uitgebreid onderzoeksproject waarin nieuwe, toekomstige infrastructuren worden onderzocht.
Hun missie is om professionals in dans en performance te ondersteunen door ruimte te maken voor artistieke ontwikkeling, gezamenlijke groei in nabijheid en waardevolle uitwisseling. The Artists Circle Amsterdam stimuleert experiment, onderzoek en creatie, en creëert een plek waar kunstenaars, cultuurwerkers, curatoren en publiek elkaar op gelijke voet ontmoeten. Zo versterken ze netwerken, delen ze kennis en werken ze samen aan een sterker en meer verbonden cultureel veld.
Jana Jacuka heeft in 2025 haar masters afgerond bij het DAS Theater.
Daar heeft ze onderzoek gedaan en werk kunnen maken in een omgeving die haar stimuleerde om vormen, esthetiek, praktijken en ethiek te heroverwegen, of zelfs radicaal opnieuw vorm te geven.










